Als ouders beslissen om uit elkaar te gaan, komt daar voor de ouders zelf al heel wat bij kijken. Het gaat vaak gepaard met veel twijfels, veel emoties, moeilijke beslissingen, discussies of ruzies, teleurstellingen, enz.
Ook voor kinderen volgt na die beslissing vaak een periode met veel veranderingen en onzekerheden, waardoor kinderen wel wat ontregeld kunnen geraken of ander gedrag tonen dan je gewoon bent.
Als er spanningen blijven tussen ouders na de scheiding heeft dit een nog grotere impact op kinderen. Zij weten niet hoe ze hiermee moeten omgaan en gaan vaak manieren gebruiken die eigenlijk niet zo helpend zijn. Ze cijferen zichzelf weg, ze durven niet alles vertellen, hebben het gevoel dat ze moeten liegen om hun ouder niet boos of verdrietig te maken, denken dat ze iemand moeten kiezen, ...
Kinderen leren hun emoties reguleren via de volwassen figuren in leven. Hoe ouders omgaan met hun emoties, kan dus al voor een stuk bepalen hoe kinderen met hun eigen emoties zullen omgaan. Je kan hierover meer lezen in deze post.
Als er spanning is tussen ouders of als volwassenen vaak boos zijn, wordt het emotionele brein van een kind voortdurend geactiveerd. Daarnaast kunnen er ook op school, in hobby's, met broers/zussen,... dingen aan de hand zjin waardoor kinderen veel spanning hebben.
Om de effecten van deze spanning te begrijpen kunnen we het model van de window of tolerance erbij halen. Dit model legt onze mogelijke reacties uit ten gevolge van extreme of chronische spanning, stress of angst.
We zitten liefst zoveel mogelijk in de 'normale' zone. In deze zone kunnen we - zo goed als onze capaciteiten het toelaten - onze noden communiceren, kunnen we keuzes maken, zitten we in het hier & nu, kunnen we ongemak en onzekerheid verdragen, kunnen we met onze emoties omgaan en kunnen we goed nadenken. We kunnen ons dus verdrietig, angstig of boos voelen, maar we kunnen met deze emoties omgaan. We voelen ons over het algemeen OK.
In sommige situaties is er echter zoveel stress of spanning aanwezig dat we een vecht, vlucht of bevries reactie tonen.
Bij de 'vecht' of 'vlucht'-reactie tonen kinderen meer agressie, irritatie, gaan ze roepen, gebruiken ze lelijke woorden, ...
Bij de 'bevries'-reactie kunnen kinderen bijvoorbeeld dichtklappen, niets meer zeggen, terug beginnen bedplassen, star staren, ...
Bekijk dit filmpje voor meer uitleg rond de window of tolerance of het stressraam:
Dit hangt af van de sociaal-emotionele ontwikkelingsfase van een kind. Maar alle kinderen hebben gemeenschappelijk dat ze een veilige haven nodig hebben bij hun ouders waar ze op kunnen terugvallen terwijl ze de wereld met vallen en opstaan ontdekken.
In stressvolle periodes of periodes met veel veranderingen, kan het soms zijn dat een kind weer wat terugvalt op ‘jonger’ gedrag; veel nabijheid zoeken, … Zolang dit niet blijft duren en zich niet in alle contexten doorzet, hoeft dit niet zorgwekkend te zijn. Dit kan een manier zijn voor kinderen om zich op te laden om de stressvolle momenten aan te kunnen.
Duidelijke regels, routines, vaste volgorde.
Aankondigen van veranderingen (“binnen 10 minuten vertrekken we”).
Als het kind gespannen is, heeft hij/zij een kalme volwassene nodig:
zachte stem, traag praten, naast hem/haar zitten
geen preek, geen vragenvuur
eerst rust, dan praten
“Ik zie dat dit moeilijk voor je is.”
“Je ogen worden nat, lijkt alsof je verdrietig bent.”
Niet vragen: “Waarom doe je zo?”
Wel zeggen: “Je lijf toont dat je geschrokken bent.”
Boosheid = geen slecht gedrag
Maar wel duidelijke grenzen (“Je mag boos zijn/haar, maar niet slaan”).
Een kind dat boosheid onderdrukt ontwikkelt angst en schaamte.
Geen boodschappen via het kind doorgeven aan de andere ouder
Niet negatief spreken over de andere ouder in zijn/haar bijzijn/haar
Geen druk zetten dat hij/zij moet kiezen
Het kind moet beide ouders graag mogen zien!
→ Ook als er in het ex-partnerschap dingen zijn gebeurd waardoor je veel kwetsuren hebt opgelopen. In het belang van het kind gaat het over hoe het ouderschap vorm wordt gegeven en niet hoe het (ex-)partnerschap verliep. Dit is een grote uitdaging voor ouders.
Luister naar je kind met een open, rustige, liefdevolle en niet-beoordelende houding
Vertrouw je kinderen er ook in dat ze hun probleem misschien ook zelf kunnen oplossen. Soms willen ze gewoon steun voelen en iemand die écht naar hen luistert.
Overleg waarbij ze je hulp kunnen gebruiken
Spreek duidelijk af bij ernstige situaties dat het ook je rol is als ouder om iets te doen
Zeg wat je ziet, niet wat hij/zij moet voelen.
Geef woorden aan zijn/haar/haar gevoelens, maar laat hem/haar verbeteren.
(“Het lijkt alsof je bang werd” – “nee boos” – “oké dan ben je boos.”)
Modelleer emoties zelf:
bv “Ik voelde me daarnet boos maar ik heb eens goed diep geademd.”
Laat hem/haar kiezen uit 2 regulatie-opties:
“Wil je even springen met de stressballen of samen zitten op de zetel?”
Geef bij grote veranderingen extra voorspelbaarheid.
Geef hem/haar rusttijd na school, geen extra druk.
Vermijd absoluut om boos of strafgericht te reageren op emoties!!!
Je kan natuurlijk wel op gedrag spreken; “ik snap dat je boos bent, maar je mag niet zo doen/spreken tegen mij”
Bij scheidingen: vermijd dat jouw kind getuige is van mails, discussies, spanningen, …
Absoluut te vermijden: Discussies over de andere ouder in de aanwezigheid van het kind. Zo trek je het kind heen en weer of duw je je kind net tegen je weg, omdat ze er niet tegen kunnen dat hun mama/papa die ze zo graag zien in een slecht daglicht wordt gesteld. Dit maakt kinderen heel verdrietig, gespannen, onrustig, …
Emma Verspeelt
Klinisch Psycholoog