Met emotieregulatie bedoelen we de manieren waarop je omgaat met je emoties. Vaak gaan mensen hun emoties proberen te onderdrukken, verminderen of willen ze er een gevoel van controle over krijgen. In pogingen om dit te doen, ontstaat er meer risico voor verschillende psychische problemen.
Meer over hoe emoties ons net hélpen, kan je hier vinden.
In deze post wil ik het graag hebben over hoe we preventief kunnen inzetten op emotieregulatie bij kinderen.
Kinderen hebben uiteraard elk hun eigen persoonlijke kenmerken die voor een stuk mee zullen bepalen hoe ze omgaan met hun emoties. Je hebt gevoelige kinderen, ingetogen kinderen, expressieve kinderen, temperamentvolle kinderen, ... Je hebt kinderen die snel zullen beginnen wenen en een knuffel opzoeken en kinderen die zich terugtrekken. Zo is het ook mooi om te zien hoe elk kind anders is en anders met de dingen omgaan.
Soms is het nodig dat kinderen extra begeleiding krijgen door een psycholoog of pedagoog. Ze leren dan over de verschillende emoties. Ze leren ze herkennen en benoemen, leren praten over hun gevoelens en verschillende manieren om ermee om te gaan.
Er bestaan op vandaag heel veel leuke boekjes voor kinderen rond emoties. Het kan heel leuk zijn om zo'n boekjes met je kind te lezen. Op deze manier normaliseer je emoties en maak je drempel kleiner om erover te praten. Als je het als ouder zelf moeilijk vindt om over gevoelens te praten of geconfronteerd te worden met die van je kind, dan kan het ook voor jou een houvast zijn.
Een aantal tips:
Daarnaast leren kinderen ook heel veel over emoties en hoe ermee om te gaan via hun context. Bij jongere kinderen staat co-regulatie erg centraal. Jonge kinderen kunnen namelijk nog niet zelf hun emoties reguleren en hangen daarbij af van hun centrale zorgfiguren: ouders, verzorgers, opvoeders, leerkrachten, sterk betrokken familieleden, ... Als alles goed gaat, zullen kinderen naarmate ze ouder worden deze aangeleerde strategieën zelf beginnen toepassen. Als zorgfiguren zijn jullie dus een soort 'model' voor kinderen.
Bekijk zeker dit filmpje over co-regulatie!
Kinderen leren door te observeren
Kinderen leren over hun eigen innerlijke wereld door volwassenen te observeren.
Het kan moeilijk of confronterend zijn, maar probeer jezelf even uit te dagen en stil te staan bij hoe je zelf met je emoties omgaat en wat je kinderen daarover zouden kunnen leren voor zichzelf?
Als je je verdrietig voelt en je kind komt binnen in de ruimte, slik je dan snel je tranen in en doe je alsof alles oke is? Dat begrijp ik, want je wil je kinderen beschermen en zij hoeven niet belast te worden met jouw moeilijkheden. Daar ben ik het zeker mee eens, en toch wil ik dat even nuanceren.
Kinderen hebben gevoelige voelsprietjes en merken heel wat op. De kans is heel groot dat ze tóch al merken dat er iets niet goed gaat. Kinderen kunnen zich dan zorgen maken over jou en zichzelf misschien wat wegcijferen om jou te beschermen. En soms, als er niet over gesproken wordt, maken kinderen het erger in hun hoofd dan het eigenlijk werkelijk is.
Daarnaast kunnen kinderen leren dat je niet verdrietig mag zijn, of je dat alleszins niet aan anderen moet tonen. Daardoor blijven ze misschien zelf met dingen zitten.
Als je als zorgfiguur je tranen niet meteen wegslikt en je kind vraagt bezorgd "wat is er?", dan is het inderdaad niet de bedoeling dat je je kind gaat belasten met volwassen problemen en volwassen zaken. Je kind is nog kind en hoeft zich niet van volwassen problemen aan te trekken. Als volwassene heb je familieleden, vrienden, collega's en indien nodig een hulpverlener bij wie je steun en hulp kan zoeken.
Het is wél een ideaal moment om je kind een goed emotieregulatie-voorbeeld te tonen.
Door je tranen niet meteen te verbergen, toon je dat emoties normaal zijn en dat ze er niet van moeten wegschrikken. Je kan iets zeggen als "ik voel me eventjes een beetje verdrietig, maar dat is niet erg hé, iedereen voelt zich soms eens verdrietig, jij toch ook?" Als je kind vraagt wat er aan de hand is, zou je iets kunnen antwoorden in de trant van "er was vandaag iets dat ik niet zo leuk vond, maar ik voel me nu alweer een beetje beter". Je kan voorstellen om iets leuks te doen samen of er een verbindend moment van maken met een knuffel of wat humor.
Je kind leert dat emoties normaal zijn, dat iedereen die heeft, zelfs jij, dat het niet het einde van de wereld betekent, en dat je je na een emotie gewoon weer goed kan voelen.
Doe eens dezelfde denkoefening bij andere emoties? Hoe reageer jij als je boos bent of veel stress hebt? Wat kunnen je kinderen daaruit leren?
Wat kan ik doen in mijn opvoeding?
De kans dat je goed bezig bent, is groot. Je bent waarschijnlijk een betrokken ouder die het beste met je kind voorheeft. Sommige ouders zijn op zoek naar hoe ze hun kind nog extra kunnen ondersteunen. Gottman schreef in zijn boek 'Hart voor je kind' in vijf stappen uit hoe je emotiecoach kan zijn voor je kind.
Stap 1: Merk de emotie van je kind op, zelfs als deze nog subtiek of stil is. Daarvoor kan het bijvoorbeeld helpen om de lichaamssignalen van je kind op te merken.
Stap 2: Zie de emotie als een kans. Intense emoties van je kind kunnen heel lastig zijn en veel energie vragen van jou als ouder. Een ander perspectief die Gottman aanbiedt is om het als een waardevol moment te zien; een kans om contact te maken met je kind en iets te leren.
Stap 3: Luister empathisch en valideer. Leef je in in je kind, luister zonder oordeel en erken dat het gevoel er mag zijn.
Stap 4: Help de emotie verwoorden, maar laat hen je verbeteren. Kinderen kunnen zelf niet altijd goed verwoorden wat ze voelen of waar ze mee zitten. Probeer voorzichtig het gevoel dat je opmerkt bij je kind een naam te geven. Zo leert je kind om zijn/haar emoties te begrijpen en benoemen.
Bijvoorbeeld: "ik zie dat je geschrokken bent" of "je ogen worden nat, het lijkt alsof je verdrietig bent" of "je tikt zo met je voet, het lijkt of je stress hebt/boos bent" of "het lijkt alsof je bang bent"
Als je kind reageert "nee ik ben niet bang, ik ben boos", accepteer dat dan ook: "oké, dan ben je boos"
Stap 5: Stel grenzen en los problemen op. Accepteer het gevoel, maar begrens eventueel onacceptabel gedrag. Denk samen na over een goede oplossing.
"Ik snap helemaal dat je je boos voelt, maar je mag niet zo doen/spreken tegen mij". Accepteer dus de emotie en ga in op het gedrag.
"Wat zou een goed idee zijn om te doen de volgende keer dat je boos bent op mij?" of "Hoe zou je het terug kunnen goedmaken met x" ... Denk samen na over mogelijke oplossingen
! Ga niet te snél in oplossingsmodus (in sommige situaties is het zelf niet nodig en heeft een kind zelf al een oplossing kunnen bedenken)
! Laat de emotie van je kind er zijn
! Reageer niet boos of straffend op de emoties van je kind
Een mooi voorbeeld van stap 1 tot en met 3 uit Inside Out:
Een emotioneel veilig klimaat
Om helpende emotieregulatiestrategieën te kunnen ontwikkelen, moet aan de basisvoorwaarde van een emotioneel veilig klimaat voldaan zijn. Kinderen hebben nood aan een veilige haven, van waaruit zij kunnen ontwikkelen en de wereld ontdekken. Dit houdt in dat er openheid is: er is ruimte om kwetsbaar te zijn, fouten te maken en emoties te tonen. Er moet respect en empathie zijn: gevoelens worden serieus genomen, ook als je het niet met elkaar eens bent. Als laatste hebben kinderen nood aan voorspelbaarheid: dit houdt in dat er duidelijke grenzen en afspraken zijn (wat kan en wat kan niet), dit zorgt voor rust en vertrouwen bij iedereen.
Als er geen emotioneel veilig klimaat is, dan gaan kinderen manieren zoeken om zichzelf te beschermen, hen helpen overleven. Dit kan inhouden dat ze hun emoties opkroppen en wegsteken, people pleasend gedrag stellen, hun eigen noden negeren, ... Als ze ouder worden en in nieuwe, emotioneel veiligere contexten terechtkomen, dan zullen ze merken dat deze manieren om met emoties om te gaan hen niet meer zo vooruit helpen en misschien zelf destructief zijn.
Voor jezelf zorgen en mild zijn naar jezelf toe is een hele belangrijke basis. Je kan pas voor je kinderen zorgen als je zelf een stevige basis hebt. We kunnen het vergelijken met de zuurstofmaskers op het vliegtuig.
Denk voor jezelf even na over wat zelfzorg voor jou kan betekenen, hoe je al voor jezelf zorgt en op welke manier je dat misschien nog meer kan doen?
Wat doé jij graag?
Wat geeft jou energie?
Wat deed je vroeger graag en doe je nu niet meer?
Denk in gedachten eens terug aan een moment waar je je echt tot rust voelde komen?
Wat vind je super “cliché” als zelfzorg klinken? (en is misschien
niet zomaar “cliché”)
Uit welke mensen bestaat jouw netwerk (je valnet)?
Bij wie kan jij terecht met je bezorgdheden, frustraties, teleurstellingen, ...
Bij welke mensen kan je je batterij opladen?
Daarnaast wil ik het kort even hebben over goed genoeg ouderschap. Er lijkt heel veel druk op ouders te liggen om alles perfect te moeten doen.
Maar niemand is perfect en dat hoeft ook helemaal niet. Elke ouder komt wel eens overstresst thuis, vliegt eens uit tegen zijn/haar kind, ... Imperfectie hoort bij het leven en ook dat is een waardevolle les voor kinderen om te leren! Zolang die imperfectie gepaard gaat met een liefdevole en emotioneel veilige omgeving, leert het kind ook omgaan met kleine teleurstellingen.
Boek: Goed genoeg ouderschap
Voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis zoals ADHD of autisme, kan emotieregulatie nog een extra uitdaging vormen. Er wordt vaak gemerkt dat deze kinderen sneller gedysreguleerd geraken. Dit kan te maken hebben met verschillende factoren. Zo verwerkt het brein van deze kinderen informatie vaak anders. Kinderen kunnen sneller overspoeld geraken door prikkels en emoties als boosheid, angst of frustratie. Daarnaast kunnen sommige kinderen met een ontwikkelingsstoornis soms moeilijker woorden vinden om te vertellen wat er zich vanbinnen afspeelt. Dit kan leiden tot explosiviteit of 'dwars' gedrag. Sommige kinderen kunnen zelf bijna niet aanvoelen of herkennen hoe ze zich voelen. Ze weten dan niet of ze zich boos, verdrietig, hongerig, ... voelen.
Ook de manier waarop kinderen situaties inschatten of informatie verwerken, kan bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis anders verlopen en ervoor zorgen dat gevoelens als boosheid, angst of frustratie meer op de voorgrond komen.
Voor deze kinderen kan een veilige, vaste basis met voorspelbaarheid helpen. Het kan soms helpen om samen een rustplekje af te spreken waar het kind naartoe kan (liefst voor het kind in de rode zone gaat). Eventueel liggen daar dingen die het kind kan helpen om de boze energie kwijt te kunnen, bijvoorbeeld een balletje om in te knijpen. Of dingen die helpen om rustig te worden: muziek, boekjes, knuffels, een dekentje, ...
Zoek zeker hulp bij anderen: vrienden, familie, of professionele hulpverleners kunnen de moeilijkheden samen met jou proberen dragen en stap voor stap helpen zoeken naar dingen die jullie vooruit helpen. En verlies je zelfzorg niet uit het oog!
Emma Verspeelt
Klinisch Psycholoog